Den Schrieksen “Uyl”

 

Amerika heeft zijn Arend, Heist-op-den-Berg zijn zwaan en Schriek… zijn uil. Maar wat heeft ons dorp toch met deze nachtelijke roofvogel?

Overal in Schriek komen we de uil tegen: ze nestelen op de zolder van onze kerk, vliegen ’s nachts al jagend door onze bossen en over de velden en we zien ze staan in enkele emblemen van Schriekse verenigingen.

De band die Schriek met de uil heeft is al eeuwen oud en baseert zich op een angstaanjagende legende.

In vroegere tijden, toen Schriek nog een kleine nederzetting was in het reusachtige en moerassige Waverwoud, verbleef er hier een roversbende die de streek onveilig maakte Vandaar zou volgens de verhalen ook de naam Schriek zijn afgeleid. Het komt gewoon van schrik of angst hebben.

Deze roversbende vergeleken zich met… een uil! Want net zoals zij gaat deze vogel ’s nachts op rooftocht. Daarom zetten zij een uit eik gekapte uil boven op de puntgevel van hun schuiloord. Dit roversnest was een eeuwenoude versterkte hoeve die omringd was door een brede slotgracht. Een gedeelte van de woonst bestond uit overblijfselen van een oude Karolingse hoeve. Dit “bolwerk”, gelegen op de grens van Schriek en Putte, kreeg bij de streekbewoners al snel de naam “Uylehoeve”.

Volgens de legende gingen de schrik aanjagende bewoners van “den Uyl” regelmatig op rooftocht. Net zoals de echte uilen die het gemunt hebben op schadelijke knaagdieren, zouden de rovers hun plunderingen hebben gepleegd bij mensen die “schadelijk” waren voor een gezond maatschappelijk leven. Vooral de rijkere mensen, die hun onderdanen slecht behandelden, kregen dus met de rovers te maken.

Na een gelukte nachtelijke tocht, en zo waren er verschillende, nodigden de rovers de arme streekbewoners uit op één of andere plaats. Die bijeenkomsten waren zeer uitbundig en er hong een sfeer van vreugde, van plezier en spel. De hoofdman van de bende verdeelde de buit onder de aanwezige armen. Hierdoor droegen zij dan hun steentje bij tot het verwezenlijken van een goede zaak. Men noemde deze bijeenkomsten: “de Uyle-feesten”.

 

De roversbende verdween en de Uylehoeve werd eigendom van de hertog van Brabant. Daarna werd ze verkocht en werd ze eigendom van allerlei adellijke families. In 1850 stond de in eik uitgekapte uil nog steeds op de hoeve. De eigenaar bedekte toen dit beeld met een pot. Pas in 1901 werd het oude kasteeltje afgebroken en werd er een modernere hoeve op die plaats gebouwd. Die staat er op de dag van vandaag nog steeds: verscholen achter het groen en nog gedeeltelijk omwaterd.

Het oude beeldje van de uil is zoek geraakt bij verbouwingswerken maar… de uil is bij de Schriekenaar nog lang niet vergeten!

 

De Uylefeesten

 

Schriekenaren zijn altijd al echte feestbeesten geweest! We laten geen gelegenheid voorbijgaan of er is één of ander feest aan verbonden. In de tweede helft van de 20ste eeuw was hét feest bij uitstek wel “de Uylefeesten”. Het anders zo rustige Schriek werd dan op zijn kop gezet. In de loop van de jaren tachtig stierf dit feest een stille dood.

2009 moet voor Schriek een echt feestjaar worden.De zevenhonderste verjaardag van onze parochie mag niet onopgemerkt voorbij gaan. Het moet iets groots en spectaculair zijn. Iets waar de mensen nog lang over zouden napraten. De leden van het feestcomité dachten aan de verdwenen “Uylefeesten”. De feesten voor de parochie moeten minstens even populair worden. Dus… waarom zouden we ze voor deze gelegenheid niet terug organiseren? En ja hoor, na 21 jaar zullen we terug te gast kunnen zijn op de Schriekse “Uylefeesten”.

 

De geschiedenis van deze feesten gaan terug tot 1967. De Schriekse onderpastoor Broeckx was belast was met het onderhoud van de oude parochiezaal, gelegen achter de zusterschool, nu het SMIKS. De zaal verkeerde in een erbarmerlijke staat en de onderpastoor was van plan deze terug wat op te fleuren. Daar was geld voor nodig, iets wat de onderpastoor niet had.

Alfons Broeckx zocht en vond een aantal medewerkers en met Pinksteren 1967 organiseerde hij enkele feestelijkheden in de zusterschool. Het feest moest een naam krijgen en… de Uylenfeesten waren geboren!

Heel het dorp was aanwezig, de zusterschool barstte uit haar voegen en de “nonnekes” werden verbannen naar hun klooster. Er was veel te doen: een loopwedstrijd, een kinderfeest, twee “Uyle-bals”, een heuse handelsbeurs en natuurlijk het Groene Woud.

De feesten brachten zoveel geld op dat de parochiezaal meteen kon opgefrist worden en er zelfs nog geld overbleef om een nieuw KLJ-lokaal te bouwen. Van al dat succes begon onderpastoor Broeckx luidop te dagdromen… . Als er elk jaar een dergelijk feest zou georganiseerd worden zou er op korte tijd zoveel geld kunnen samengebracht worden om een nieuw parochiecentrum te bouwen die de oude parochiezaal zou vervangen! Burgemeester Kempenaers was meteen te vinden voor het idee van de onderpastoor.

 

In 1968 werden de tweede Uylenfeesten georganiseerd. Weer stond heel Schriek drie dagen op zijn kop en dat tijdens het pinksterweekend. Tijdens de tweede editie werd er voor het éérst een Uyleprinses verkozen. Mark Schrabino leidde deze verkiezingen en de toenmalige leidster van de KLJ werd verkozen. De handelsbeurs werd uitgebreid, de feesten werden verrijkt met een reuze tombola waaraan voor 7436, 81 euro prijzen en een reis naar Lourdes verbonden was. Met man en macht werd dagen vooraf gewerkt aan de tenten. Boeren kwamen ervoor van hun veld en werklieden namen speciaal verlof. De mannen van het Groene Woud lieten drie dagen en drie nachtten het bier rijkelijk vloeien. Kortom… de tweede editie was weer een succesverhaal geworden. En met de opbrengst ervan kon men zelfs de funderingen van het huidige cultureel centrum gieten!

 

Bij de derde Uylefeesten (1969) verdween de handelsbeurs maar er kwam een reclamewedstrijd in de plaats. Voor het éérst kwam er een “vedet” optreden: Clark Richard. Hoewel het een ietswat tweede keuze in de hitparade was, zette hij toch heel Schriek op zijn kop. De fanfare deed tijdens deze feesten hun intrede en men organiseerde “Uyl met de strik” in het Groene Woud. Jan Goossens zette met zijn discomuziek de tent overhoop.

 

Met de vierde Uylefeesten (1970) gingen de inrichters, samen met de handelaars, een ander pad bewandelen. “Leef een maand gratis” was de grote slogan. Clark Richard en Jan Goossens mochtten terug komen. Jan bracht Jo met de Banjo mee en werd vergezeld door… twee go-go-girls! Mocht dit toen zomaar op een nonnekensschool? Zeker, het was in… en het bracht op.

De “Oberbayern-avond” met “Die Tirdem Holzhacker Brüd’r” werd een groot succes. Maar dat had eigenlijk meer te maken met de prinsesverkiezing dan met de hoempa. Een Meerhoutse versloeg alle Schriekse kandidaten als Uyleprinses. De zaal stond overhoop, maar ja, ze hield van Elvis Presley.

 

In de jaren zeventig werden de Uylenfeesten jaarlijks georganiseerd. Men haalde kleine en grote vedetten naar Schriek en de verkiezingen van de Uyleverkiezingen draaiden meermaals uit tot ruzies die zo hoog oplaaiden dat ze deden denken aan de gemeenteverkiezingen in de vooroorlogse jaren.

In 1972 nam Schriek afscheid van de oprichter van de feesten: onderpastoor Broeckx. Hij werd pastoor van Meerhout-Gestel. Daarom werd er een Uylencomité opgericht dat vanaf nu de feesten in leven hield.

 

De achtste Uylenfeesten (1974) werden op zaterdagnamiddag geopend met het leggen van de éérste steen van het nieuwe cultureel centrum. In stoeg ging het naar de meisjesschool waar meteen gedronken werd op het bouwproject. ’s Avonds was Nelly Jane de vedette en ’s zondags zorgde Edwald Froh met zijn oberbayern orkest voor ambiance. Waar ’s maandagsnamiddags Dolf Pelgrims en zijn Crucianelliclub van 40 accordeonisten animo brachtten deden ’s avonds “The Golden Silhouettes” hun optreden met de miss-verkiezing.

 

Met de negende Uylefeesten (1975) kreeg men plots alle comfort. Voor het éérst werd het nieuw parochiecentrum en zijn omgeving de plaats van het gebeuren. Er was wel wat nostalgie naar de zustersschool. Het was gedaan met primitieve middelen veel te bereiken. De tijd was voorgoed voorbij dat een zuster friet bakte onder het podium van de parochiezaal en zakje per zakje naar boven bracht. Het was wennen en herschikken. Vaarwel tent!

 

De tiende Uylefeesten (1976) werden een jubileumuitgave. Voor het eerst werd het “Kampioenschap van Schriek” gerreden en ondertussen teisterden de Strangers reeds de Schriekse cafés. Wanneer ze ’s avonds met I Trovati hun optreden deden barstte de zaal uit haar voegen. Dit had Schriek nog nooit beleefd. ’s Zondags was Joe harris voor de tweede maal van de partij. Nadat de Beauty’s onze gepensioneerden in de namiddag amuseerden ging om zes uur een reuzeballon de hoogte in, onder het oog van honderden mensen. Het was zo’n succes dat de huizen leeg stonden, maar ook de Vlaamse kermis leegliep. ’s Avonds was het weer amusement met de Golden Silhouettes en de Uylenkoningin. Geen staanplaats bleef onbezet. Wat kan succes toch heerlijk zijn! Het was dan ook niet verwonderlijk dat sommige comitéleden drie maal per dag zat waren en toch nuchter naar huis gingen.

 

In de jaren tachtig kregen de Uylefeesten een traditoneel verloop. Er kwamen geen nieuwe initiatieven meer bij en dat zou erge gevolgen hebben voor het voortbestaan van de feesten…

 

Met de negentiende Uylefeesten (1985) durfde men wegens het tanend succes geen daverend programma meer maken. Op zaterdag waren er meer muzikanten dat dat er mensen op de dansvloer stonden. Er werd heel wat verwacht van de “Grote Catchwedstrijd” op zondagnamiddag maar dat werd ook een flop. De jeugd had om de groep Full Power gesmeekt, tcoh gaf het conservatieve comité geen kik. Een traditionele maandagavond, jarenlang de beste dag van de feesten, zou voor het laatst op het programma staan.

 

Met de twintigste Uylefeesten (1986) trachtte het comité te redden wat er te redden viel. De Uylekoninginverkiezing met orkest “The Wigs” werd naar zaterdag verschoven. Men probeerde de Vlaamse kermis nieuw leven in te blazen met een tienkamp. Zondag mocht “Full Power” eindelijk komen! Nooit voorheen vloeide er zoveel bier door de tapkranen van het parochiecentrum. Met Bing Barlow en enkele prijsuitdelingen van allerlei manifestaties moest de maandagavond het stellen. Wat een vergane glorie! Alleen de laatblijvers hielden het vol tot middernacht.

 

De éénentwintigste Uylefeesten (1987) werden vrijdagavond ingezet met een dropping en een “vierentwintiguur happening” van de KLJ. Dat laatste had maar weinig succes. Zaterdag was het rommelmarkt. Waar waren de gloriedagen van het kampioenschap gebleven? De Uyleprinses kon niet meer bekoren en op zondag werd Full Power maar koel onthaald.

 

Op het programma van de tweeëntwintigste Uylefeesten (1988) hadden de inrichters op zaterdag de viering van pastoor Van Bergen, 65 jaar geworden waarvan 40 jaar priester, in de kijker gezet. De opbrengst zou dienen voor de vernieuwing van de elektrische installatie van de kerk. De verenigingen maakten er een leuke avond van. Op zondag poogde Full Power nog wat leven in de brouwerij te brengen maar… het sprookje was uit. Het was te mooi geweest.